Pindasaus Liefde

Als we het over sauzen in Nederland hebben, kunnen we niet om de pindasaus heen. Ik ben Kees, en ik heb een haat-liefdeverhouding met deze saus, want als hij niet goed gemaakt is, is het een ramp. Maar als hij goed is, zoals bij mij in de winkel, dan is het goud. Onze geschiedenis met Indonesië heeft ons deze prachtige traditie gebracht, en wij hebben er onze eigen draai aan gegeven. Een goede pindasaus moet structuur hebben. Je moet de pinda’s nog een beetje voelen, het moet niet zo’n gladde babyvoeding zijn. Het gaat om de diepte van de smaak: het zoute van de ketjap, het pittige van de sambal en het zoetje van de gula djawa (palmsuiker). Het is een saus die troost biedt, vooral op een regenachtige dag in Amsterdam als je een portie saté of een bak friet voor je neus hebt staan.

Het geheim van onze satésaus zit hem in de bereiding. We malen de pinda’s zelf en roosteren ze eerst kort om de oliën vrij te laten komen. Dat geeft die diepe, nootachtige geur die je al van een afstandje ruikt. Veel mensen maken de fout om de saus te veel te verdunnen met water of melk, waardoor de kracht verloren gaat. Wij houden hem dik en geconcentreerd, zodat je hem zelf thuis kunt opwarmen en eventueel een klein beetje vocht kunt toevoegen als je hem dunner wilt. Het is een ambachtelijk proces dat tijd kost, maar nuchter bekeken is dat de enige manier om die authentieke smaak te krijgen. In de supermarkt vind je vaak sauzen waar meer suiker dan pinda in zit, maar daar doen wij niet aan mee. Wij gaan voor de echte hap.

  • Huisgemaakte Satésaus: De klassieker, medium pittig en lekker grof.
  • Indonesische Gado-Gado Saus: Iets vloeibaarder en perfect over gestoomde groenten.
  • Pittige Pindasaus: Voor de durfallen, met extra veel verse rode pepers.
  • Kokos-Pindasaus: Een zachtere variant met een romige ondertoon van kokosmelk.
  • Pinda-Dipsaus: Speciaal ontwikkeld voor bij de borrelplank en kroepoek.

Ik vertel mijn klanten altijd dat pindasaus veel veelzijdiger is dan ze denken. Natuurlijk is het lekker bij de friet oorlog (friet met mayonaise, pindasaus en uitjes), maar probeer het eens als marinade voor je kip op de barbecue of over een simpele salade met taugé. Het geeft direct een Aziatisch tintje aan je maaltijd zonder dat je uren in de keuken hoeft te staan. In mijn winkel in Amsterdam zie ik ook dat toeristen deze saus ontdekken. Ze kijken eerst een beetje vreemd naar die bruine massa, maar zodra ze een hapje proeven, zijn ze verkocht. Dat is het mooie van mijn werk: mensen verrassen met iets simpels als een saus. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn om lekker te zijn, zolang de ingrediënten maar kloppen en de maker weet wat hij doet.